Elzenbosje

In ons Voedselbos is een elzenbosje gelegen. Voor de park metamorfose bestond het bosje uit een aantal elzen, met enkele berken en wat jonge essen. Vanwege de essentakziekte werden de essen in 2018 gekapt.

Onder de elzen groeiden bramen, een veel voorkomende combinatie. Bramen houden van zon en van een stikstofrijke bodem. Elzen zijn bomen die stikstof binden. In de wortels vormen ze vuistgrote knolletjes waarin bacteriën leven, deze bacteriën binden de stikstof uit de lucht. De bacteriën op hun buurt gebruiken weer de koolstof verbindingen die de elzenboom maakt.

Elzenproppen met zaden

Het elzen-essenbos is een bos van de vochtige bodem. Waar elzen het goed doen zit dus vaak veel water in de grond. In Nederland gaat het dan meestal om de zwarte els (Alnus glutinosa). Waar elzen groeien is de bodem diep doorwortelt.

De els heeft mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen aan dezelfde boom, die we meestal proppen noemen. Jonge proppen zijn groen en oude waar de zaden inzitten zijn zwart en houtig. De zaden zijn piepklein en hebben vleugels waardoor ze op de wind ver kunnen zweven. De toppen van de takken kleven soms, vandaar de tweede Latijnse naam; glutinosa. Het blad is omgekeerd hartvormig. De els en de berk behoren tot dezelfde familie.

vrouwelijke elzenproppen

Tijdens de permacultuur cursus werden door de leraren elzen genoemd als bomen met toegevoegde waarde voor de fruitbomen en fruitplanten. Juist hun vermogen tot binden en afgeven van stikstof zou positief zijn. Zodoende werd in de plannen voor het voedselbos het elzenbosje een belangrijk plekje voor fruitbomen. In 2019 werden dan ook echt fruitbomen tussen de elzen en bramen geplant. In het bosje waren een paar stroken gefreest en daarin werden de fruitbomen geplant.

Het elzen-berken bosje in zomer 2018.
Ogenschijnlijk nog niets aan de hand, ondergroei is dat voorjaar verwijderd.

Maar door het wegvallen van onder andere de essen kwam er meer zonlicht in het bosje en breiden de bramen zich explosief uit. Ook nog eens geholpen door het frezen, waardoor stukjes braam wortel uit konden groeien tot nieuwe planten. Op een gegeven moment stonden de bramen zelfs manshoog en dekten de fruitbomen helemaal af. Tijd dus om in te grijpen.

Elzenbosje in winter 2018/2019, nog weinig ondergroei. Wel al bramen zichtbaar.

Een bosmaaier kwam op het toneel. Enkele vrijwilligers kregen instructies hoe te maaien en er werden beschermingsmiddelen aangeschaft. Het gevecht tegen de bramen kon beginnen.

elzenbosje in zomer van 2019. Fruitbomen geplant in voorjaar en mosterdzaad ingezaaid

Bramen zijn lastig uit te roeien, dus wordt door de vrijwilligers een zeker ontmoedigingsbeleid gehanteerd. De ergste bramenbossen zijn inmiddels verwijderd en de fruitbomen vrijgezet. Op den duur zullen deze voor meer schaduw zorgen en zullen andere planten de overhand krijgen.

Bramen in het Elzenbosje in voorjaar 2020

Hoe de fruitbomen het gaan doen zien we de komende jaren wel. We zijn heel benieuwd of fruitbomen en elzen echt een gouden combinatie zijn. Alice

Groen en geel

Mijn achtertuin kleurt groen en geel. Het is net een weide, maar dan zonder gras. De boosdoener is gewoon speenkruid (Ficaria verna verna), een inheems plantje dat graag een plekje in de half schaduw heeft. Grote plakkaten ervan vind je ook in onze Flevolandse kleibossen.

speenkruid blaadjes en bloemknoppen

Op een gegeven moment nestelde het plantje zich bij de buurvrouw in de steeg. Aanvankelijk vond ik haar leuk om te zien. Dus toen het eerste plantje in mijn tuin opdook liet ik het staan, geheel gecharmeerd door haar mooie gele bloempjes. Maar al gauw was ik de regie kwijt en nu is hele achtertuin een groot speenkruidfestijn.

Wat doe je met woekeraars en onkruid? Een tip van de permacultuur in de praktijk is er een andere woekeraar die wel aantrekkelijk is er bij te zetten, kijken wie wint of wie zijn plaats kent. Dus heb ik nu wat munt plantjes in een pot die binnenkort de tuin in gaan. Helpt het niet tegen de ene woekeraar, dan misschien tegen de andere, namelijk zevenblad.

Voor wie speenkruid niet kent. De plant bloeit eind maart dus met gele stervormige bloemen. De bladeren zijn een beetje vlezig en lijken wat op klimopbladeren als ze jong zijn en hebben ze meer een hartvorm als ze ouder zijn. De bladeren bevatten enkele giftige stofjes die insecten- en slakkenvraat voorkomt. De jonge bladeren zijn eetbaar, maar zo gauw de bloemen komen maakt de plant de giftige stofjes aan, dus dan kun je ze beter niet meer eten.

speentjes tussen de wortels

De plant heet speenkruid omdat als je haar uitgraaft er speenvormige knolletjes bij de wortels te zien zijn. Deze knolletjes zitten vol bouwstoffen zodat de plant in het voorjaar, snel kan uitlopen en bloeien, Voor de overleving worden er nieuwe aangemaakt. Ook maakt de plant groene bolletjes in de okselknoppen van de uitlopers die na het afsterven van de plant achterblijven. De duiven zijn er dol op, maar helaas eten ze niet alles op! Uit zo’n bolletje groeit weer na verloop van enkele jaren, een hele nieuwe plant. Ik heb gemerkt dat het ondoenlijk is alle bolletjes en speenknolletjes te verwijderen, zodat dat ene plantje uit kon groeien tot een heel groot gebied.

Toch heeft de plant wel een positieve kant. Na de bloei sterven de planten af en liggen de bladeren als gele slappe vaatdoekjes in je tuin, Je kan deze nu makkelijk wegtrekken, de kale grond blijft over. Daardoor is gras nauwelijks nog aanwezig in mijn tuin en krijgen andere planten een kans.

De enkele gele bloemen staan op uitstaande stelen, als er slecht weer is of in de nacht sluiten de bloemen. Bij zonnig weer gaan ze open. De bloemen zijn wat rommelig, ze hebben tussen de 7 en 12 kroonbladeren.

Helaas zijn het geen goede insecten lokkers, al zijn er wat beestjes die het stuifmeel verzamelen en eten. Geen leuke bijtjes of hommels komen op de bloemen af. Ook worden er weinig zaden gemaakt, waarschijnlijk doordat de planten niet bestoven worden of steriel zijn.

Speenkruid is een schaduwplant, maar wanneer ze opkomt en bloeit is er nog geen schaduw, want de bomen zijn nog zonder bladeren. Toch groeit ze op plekken waar doorgaans schaduw is, zoals in mijn tuin. Alice

Geurige planten

Een van mijn favoriete planten is Look zonder look (Alliaria petiolata of Alliaria officinalis). Overal in het park en in menig verwaarloosd plantsoen kom je het pittige plantje tegen. Overal waar maar een klein plekje grond zichtbaar is en overdag wat schaduw is, nestelt het twee-jarige plantje zich. In de herfst ontkiemt ze en maakt een losse rozet, die in het voorjaar uitgroeit tot een forse plant van wel een meter hoog. Dan komen ook de witte bloemen die elk 4 blaadjes hebben. Op de foto de losse rozetten van look zonder look voordat ze gestimuleerd door de voorjaarszon gaan groeien.

De naam look zonder look verwijst naar de uien en knoflook geur die vrijkomt bij het kneuzen van het blad. In de plant is de stof sinigrine aanwezig, die een pittige smaak aan het blad geeft. Sinigrine is een kenmerk van de koolachtige planten, de kruisbloemigen, waartoe ook look zonder look behoort.

Het blad is bij uitstek geschikt om door je sla te mengen, gebruik daarvoor het jonge blad. Geen uitheemse kruiden gebruiken anders gaat de smaak verloren. Van het wat oudere blad kan je door licht en kort te stoven een groente maaltje klaarmaken. De zaden kan je weer als een soort mosterd gebruiken. En zelfs de wortel is eetbaar en gebruik je net als mierikswortel.

Look zonder Look bloeiend

Look zonder look is een insectenlokker bij uitstek, daar is het sinigrine stofje debet aan. Veel vroege voorjaars vlinders zetten hun eitjes af op de rozetten, waarbij het oranjetipje wel de mooiste vlinder is. Als dan de planten de lucht inschieten, doen de rupsjes zich tegoed aan de blaadjes. De rupsjes rusten overdag uit langs de middennerf van de blaadje en zijn zo gecamoufleerd tegen de hongerige bekjes van de mezen. De vlinders kennen de plant goed en zetten meestal maar enkele eitjes per plant af aan de onderkant van de rozetbladeren, zodat de rupsen de plant niet helemaal kaal vreten.

Oranjetipje op look zonder look

Een andere kruisbloem die veel vlinders lokt is de pinksterbloem. Rond de verjaardag van de koning zie je deze plant vaak bloeien met lichtpaarse bloemen. helaas alleen als de grachtoevers niet of pas laat gemaaid worden.

Let eens op genoemde planten en vlinders tijdens je corona ommetjes. Dat maakt het wandelen leuker. Alice

Een plek voor wilde bijen

In een vorig bericht over wilde bijen in het voedselbos berichtte ik over het onderzoek van een studente naar de wilde bijen in het park. Daar kwamen dus wat lijstjes uit voort van wat er gevonden was aan bijen en planten.

In dat zelfde onderzoek adviseerde ze wat maatregelen die we konden nemen om de wilde bijenstand in het park te verbeteren.

Een van die aanbevelingen is om een groot bijenhotel te plaatsten in het voedselbos of Park. Toevallig kregen we in diezelfde periode een aanbod voor een groot insectenhotel, dat in voorjaar 2021 geplaatst gaat worden. Er moest alleen nog een plek gevonden worden. Gelukkig is er ruimte genoeg en was de plek snel gelokaliseerd. Helaas bleek achteraf de plek niet geschikt en zijn we nu op zoek naar betere plek.

Naast het grote bijenhotel was het advies, door het hele park op zonnige plekjes kleinere bijenhotels op te hangen. Het kleine bijenhotel kan gemaakt worden in de vorm van een boomstam schijf, waarin gangetjes van wisselende diameters geboord worden. Al waren er nogal wat extra voorwaarden, zoals afgewerkte gang ingangen zonder splinters. Bijen zijn nogal kritisch op de plekken waar ze hun broed stoppen.

Een derde advies, was een zanderige bijen heuvel te maken voor vooral de zandbijen en gravende wilde bijen, maar door de corona is dat blijven liggen en daarover zal ik later schrijven. Alice

Sla aan de boom

Wat als er sla aan de bomen zou groeien? Zou je die dan eten?

Bij sommige bomen kun je de jonge bladeren eten, niet allemaal helaas. Veel diertjes maken daar ook gebruik van. Zo is het voorjaar het seizoen voor rupsen, die op hun beurt weer door veel andere dieren worden genuttigd. Door zonlicht en de straling van de zon worden bladeren steviger als het seizoen vordert. Je moet dan stevige kaken hebben om de bladeren dan nog als voedsel te gebruiken.

Lindebloesem en blad

Juist de jonge blaadjes zijn prima voedsel voor mens en dier, maar je moet wel weten welke blaadjes geschikt zijn om als sla op je bordje te belanden.

Eind april, begin mei kan je de net uitgelopen blaadjes van de sla-bomen verzamelen en er een lekkere salade van maken. De hoofdnerf kan je uit de blaadjes halen. Door de sla-bomen klein te houden en regelmatig te snoeien komt er steeds nieuw blad. Niet elke boom kan hier tegen, helaas. Verse berkenblaadjes kan je dus alleen in het voorjaar eten.

Meidoorn en lindebomen zijn een ander verhaal, die kan je door regelmatig snoeien tot echte sla-bomen maken. zo kan je het hele jaar door af en toe een maaltje sla plukken. Lindebomen herken je aan het omgekeerde hart vormige blad. In ons voedselbos zijn dit jaar verschillende kleine lindes aangeplant, deze zullen in de toekomst onze sla-bomen worden. Meidoorn, de naam zegt het al heeft doorns, dat maakt deze struik minder geschikt als sla-boom. Maar ook daarvan zijn struiken in het voedselbos aanwezig.

Plukken is in de toekomst mogelijk, maar wees dan coulant voor de plant, dan zal ze meer blad geven. Van een kale plant kan je niet plukken. Alice

Weer kappen

Half juli werd opeens bekend dat er weer gekapt gaat worden in het voedselbos. Nu zat dat eraan te komen, want de gemeente was al een tijdje bezig een oplossing te zoeken voor de bomen aan de noordzijde van voedselbos. Deze bomen, abelen, horen bij de autoweg die daarachter loopt. Volgens de gemeente zijn de bomen te oud geworden en vormen ze een gevaar voor de omgeving.

Achterwand van bomen in januari 2020

Ondertussen heeft sinds 2016 het voedselbos al heel wat kap rondes gehad en altijd sneuvelen er meer bomen dan de bedoeling was. Ook wordt de bodem flink beschadigd door het zware materiaal, waarmee gekapt wordt. De laatste kap ronde was dit jaar in januari, waarbij vooral de zieke essen werden verwijderd. Ook enkele andere bomen gingen daarbij verloren.

De abelen zijn stevige bomen die door de vruchtbare bodem van de polder flink gegroeid zijn in de 35 jaar dat ze langs de autoweg staan. Met zijn allen, vormen ze een lommerrijke overkapping van de weg. Het is een fantastisch gezicht als je aan komt rijden met de auto, een dikke haag van groen omvat de toegang tot de wijken. Tussen de weg te halen bomen groeit ook van alles. want destijds is ook bos plantsoen aan geplant. De grens tussen de weg en de bosrand van het voedselbos is niet eenvoudig te trekken, beide gaan in elkaar over.

De stelling was dat door verwijderen van een aantal bomen er ruimte zou komen voor de fruit- en notenbomen in het voedselbos. Niet alles zou verwijderd worden. Maar daar zijn de ambtenaren van de gemeente op terug gekomen. Op het kaartje dat de nieuwsbrief en kennisgeving begeleidde was duidelijk te zien dat alle bomen weg gehaald worden. De tussenliggende begroeiing zal door het kappen helaas niet echt gespaard worden. Bij het kappen gaat het er heftig aan toe. Het voedselbos zal zo zijn achterwand verliezen. Er blijft slechts een dunne strook bos over. We vrezen zelfs dat de tussen begroeiing vervangen gaat worden door gras, dat is immers makkelijker te onderhouden.

Bosrand voedselbos

De stronken zullen ook verwijderd worden, want er komen nieuwe bomen terug. Helaas staan de weg te halen bomen erom bekend dat ze nogal wat wortelopslag geven. Ook daar zal een oplossing voor gezocht moeten worden. We vrezen dat er een chemisch goedje gebruikt zal worden dat de wortelopslag tegen gaat. dit soort troep willen we liever niet in een voedselbos.

Het weghalen van de bomenrijen langs de autoweg heeft ook tot gevolg dat de uitlaatgassen en fijnstof-deeltjes ongehinderd het bos in komen en op ons fruit terechtkomen. Ook voor wandelaars langs het bosrandpad is het plezier ver te zoeken, want je ziet de auto’s voorbij razen. De al eerder aangelegde takkenril zal niet veel tegenhouden.

Inmiddels zijn de bewoners van de omliggende wijken een tegenactie gestart. Wie weet helpt dat om de kaalslag te voorkomen. Alice

Bollenparade

Door de corona crisis zijn we de bollen van de Floriade parade een beetje uit het oog verloren, maar ze hebben gebloeid en menig wandelaar heeft genoten van de kleurrijke pracht.

Al eerder schreef ik over de aanschaf en het planten van de bollen >> bollen en zo.

Het opvallendst waren de tulpen die op de heuvel bij de bijenstal waren geplant, deze bloeiden prachtig met rode en gele kleuren, zie foto bovenaan deze post. De andere bolletjes waren wat minder opvallend.

De foto’s zijn van maart, dat was voor het hoogtepunt van de bloei. de foto’s geven een indruk van hoe kleurig het kan worden in de toekomst als de bolletjes zich vermeerderen. Tevens bieden ze wilde en honingbijen een bron van nectar en stuifmeel. Alice

van links naar rechts: Narcisje tete a tete, Pushkinia alba, tulipa tarda, scilla siberica.

Weides en bloemen 2

Ging het in het eerste blogje over de bloemenweide die in 2017 ingezaaid is, deze keer ga ik de andere graslanden onder de loep nemen. Er zijn diverse stroken en stukken met gras in het voedselbos. Tot nu toe was het gemeente beleid om een keer per jaar te maaien, of als er veel geklaagd werd een keer extra. Zo konden de kosten voor het parkje erg laag blijven.

Het maaisel in de weides bleef liggen en verteerde weer, zodat het grasveld voedselrijk bleef. Toch is er in een van de bos kamers een aardige weide ontstaan, met jawel bloemen. Er staan bijvoorbeeld paardenbloemen in het vroege voorjaar en boterbloemen in het late voorjaar, daarnaast zijn er nog wat klavers en de inheemse berenklauw te vinden. Op zich een leuke weide. alleen door de werkzaamheden van de afgelopen jaren is de bodem flink mishandeld en zijn er diepe insporingen te vinden.

Weide met boterbloemen

In de andere graslanden worden veel kleine planten tussen de grassen gevonden, bijvoorbeeld kleine klaver, ereprijs en gewone hoornbloem. Ook klavers (witte en rode) en wikke staan hier en daar tussen de grassen, die lang niet zo dicht op elkaar staan als in een echt grasveld.

Voor de komende jaren willen we het maai beheer in het park deels richten op kruiden in het voorjaar en deels richten op kruiden in de zomer. Op een enkele plek komt wat vaker gemaaid gras. Dat betekend in de praktijk dat er twee keer per jaar gemaaid en afgevoerd gaat worden. Wie weet ontwikkelen deze graslanden zich dan ook tot leuke bloemenweides.

Klavers tussen gras

Dat er graslanden met kruiden komen in het voedselbos is niet vanzelfsprekend iets uit de permacultuur. Maar de bloemenweide kan bijdragen aan een gezond leefklimaat in je voedselbos, want het biedt voedsel voor bestuivers zoals de wilde bijen, honingbijen en zweefvliegen. Het biedt ook woonplaatsen voor allerlei insecten en dieren, die weer jagen op schadelijke insecten in de fruitbomen. Ook biedt een bloemrijke weide voedsel aan de vogels van het bos. Daarnaast kunnen eetbare planten zich vestigen in de graslanden.

Een bloemenweide is ook leuk om te zien en geeft meerwaarde aan het park, want ons voedselbos is ook een recreatieplek voor mensen uit de omringende buurten. Alice

Grasland, deels gemaaid.

Weides en bloemen

in het voedselbos zijn een aantal grasvelden, die tot nu toe een keer per jaar gemaaid werden door de gemeente. Het zijn zodoende meer hooilanden dan weides en grasvelden. Het gras groeit er ruig en hoog en ertussen groeien hier en daar andere planten.

In het ontwerp van het voedselbos zouden deze grasvelden deels veranderen in bloemrijke weides, waarbij bestuivers zoals bijen en insecten zich aan stuifmeel en nectar te goed zouden kunnen doen. Bij het begin van de transformatie van het park naar voedselbos in 2017 is een kleinere variant van een bloemenweide aangelegd.

Lees ook het blog over de bloemenweide

Hoe een bloemenweide eruit kan zien.

Bij de start van het voedselbos in het park hadden we een visioen van een mooie bloemenweide met veel bloemen in een van de bosvakken. Dus werd er een flinke cirkel kaal gemaakt en gefreest, en vervolgens ingezaaid met voor de klei geschikte planten soorten. Het zaaigoed was een tweejarig mengsel gecombineerd met een eenjarige mix. Aanvankelijk kwamen de zaden goed op en werden er bloemen als klaproos en bolderik gesignaleerd.

Kaasjeskruid

Maar de praktijk bleek weerbarstig. Van onze bloemenweide kwam niet veel terecht. Het lag niet altijd aan het zaad of de planten maar ook de droogte van afgelopen 2 jaren deed menig opkomend plantje de das om. Toch willen we het idee van een bloemenweide niet gelijk opgeven en zijn we op zoek naar methodes om er toch nog iets van te maken.

Wat is er behalve de droogte mis gegaan. Een van de factoren, die we ernstig hebben onderschat, is dat we voedselrijke klei hebben als ondergrond en dat er voor het frezen tientallen jaren gras groeide op de plek van de bloemenweide. De bodem was verzadigd met graszaden.

Smalbladige weegbree

De grond werd in het eerste jaar gefreest en door de verstoring, werden oude zaden actief. Ook het bodemleven was verstoord door het frezen. Na het inzaaien kwam vervolgens massa’s smalbladige weegbree uit de mix op. Wel een fijne plant voor de bijen, maar niet echt bloemrijk en leuk voor mensen. in het tweede jaar viel de droogte in en verbrandde de bloemen en de planten voor het zaad zetten. Het gras kreeg zo de overhand.

Er werd ook ratelaar gezaaid om het gras terug te dringen. De ratelaar planten deden wel hun werk en hielden op het zuidelijke deel van de weide het gras korter dan op een noordelijke deel van de weide. Wat er wel op kwam naast heel veel grassen, waren: klavers, wikke’s en kaasjeskruid. Heel sporadisch was er een klaproos of margriet te vinden.

Daarnaast bleek het ook moeilijk om de weide te beheren. Twee keer per jaar maaien en afvoeren van de kruiden, bleek voor de kleine vrijwilligersgroep een te grote opdracht. Keer op keer ging er ook iets niet goed. Zoals een storm die de hele weide plat sloeg, waardoor er niet gemaaid kon worden. Ook ontbrak het soms aan goed gereedschap en ervaren vrijwilligers op de zeis. De bloemenweide werd zo een zorgenkindje.

Bloemenweide in de winter

Van alle kanten kregen we adviezen. Ze zijn vast goed bedoeld, maar niet altijd de gezochte oplossing. De meeste adviezen vragen ons, om veel werk te verzetten, wat in de permacultuur niet gebruikelijk is. Wat te doen met deze grasrijke bloemenweide? Stoppen of er nog meer werk in steken.

De bloemenweide is inmiddels gemaaid en het gemaaide gras is weg gehaald. Ook zijn er wat plekjes afgeplagd en daarin is bloemenzaad gestrooid. Gelukkig heeft het inmiddels flink geregend, wat altijd goed is. Wie weet wat het doet met de planten en het gras.

Misschien dat de droogte en warmte deze zomer meevallen en er toch binnenkort nog wat leuke plantjes te zien zijn in de bloemenweide. Alice

de bloemenweide na de maai beurt.

Huisjes voor bijen

Voor de verandering eens een berichtje uit eigen tuin en dat berichtje gaat over insectenhuisjes.

Nestelend tronkenbijtje

Een insectenhuisje of bijenhotel is een houten constructie met allerlei materiaal waarin insecten een kamertje voor hun eitjes kunnen maken. Meestal zitten er wat boomschijfjes in met daarin geboorde gangen, verder wat holle bamboe stokjes, zaagsel en lege ruimtes waar insecten kunnen schuilen of overwinteren.

Je hebt goede en slechte bijenhotels. Maar daar wil ik nu niet op ingaan. Op de volgende pagina staat genoeg informatie over wat voor eisen aan een goed bijenhotel moet voldoen >>> https://www.bestuivers.nl/bijenhotels.

Als je een bijen- of insectenhotel aanschaft, hang deze dan op een zonnige plek en laat het hotelletje minstens een jaar hangen. Bijtjes hebben soms maar een generatie per jaar. Dus dit jaar leggen ze eitjes in je hotel en volgend jaar komt het bijenkindje uit zijn kamertje en gaat zijn bijenleventje beginnen.

Wilde bijtjes maken in je hotel kamertjes of cellen in de geboorde gangen. in elk komt een hoopje stuifmeel met nectar en een eitje, daarna metselen de bijtjes het celletje dicht, ze gebruiken daar zand en harsen voor. Sommige bijen bekleden het kamertje met haren van planten (wolbij) of met stukjes blad (behangersbij). Vaak komt er ook een lege cel aan het eind van de gebruikte gang, zodat parasiterende bijen of wespen een lege cel aantreffen.

Het is heel leuk bijtjes te zien werken aan hun hotel. Zo hingen we vorige week een goedkoop hotelletje van de action op een paal van de schutting. We verwachtte er eigenlijk niets van. Maar vol enthousiasme kwamen er bijen en andere insecten op af en werden de eerste kamertjes gebouwd.

Het bijtje bij dag 2 bleek een tronkenbij te zijn. Van de andere dichtgemetselde gangen bleek het beestje de pottenbakkerswesp te zijn. Deze sluipwesp vangt spinnetjes en legt ze in een gangetje samen met een eitje en metselt daar een kamertje en vervolgens, als alle kamertjes klaar zijn wordt het gangetje dicht gemaakt met zand of leem.

Kortom veel plezier voor weinig geld en duidelijk was er behoefte in onze tuin aan nestelgelegenheid voor wilde bijen. Alice